Afkortingen op hondenshows verwijzen naar titels, klassen en kwalificaties, zoals CAC (Certificat d’Aptitude au Championnat, geschiktheid voor nationaal kampioenschap) en CACIB (Certificat d’Aptitude au Championnat International de Beauté, voor internationaal kampioenschap), die honden krijgen als ze “Uitmuntend” (U) scoren. Andere veelvoorkomende zijn RCAC/RCACIB (reserves) en BOB (Beste van het Ras).
Belangrijke afkortingen:
- CAC: Certificat d’Aptitude au Championnat (nationale kampioenschapstitel).
- CACIB: Certificat d’Aptitude au Championnat International de Beauté (internationale kampioenschapstitel).
- RCAC/RCACIB: Reserve CAC/CACIB, voor de tweede beste reu/teef.
- BOB: Beste van het Ras (Beste reu of teef).
- BIG: Best in Group (beste van de rasgroep.)
- BOS: Best Of Show.
- Kwalificaties: ‘U’ (Uitmuntend), ‘ZG’ (Zeer Goed), “G” (goed), “M” (matig), ‘V’ (Vrijwel Goed), ‘O’ (Onvoldoende).
Titels en kampioenschappen:
- NLK/INTK: Nationaal/Internationaal Kampioen (na behalen van voldoende CAC/CACIBs).
- JW/JWS: Jeugdwinner/Jeugdwinster (Jeugdklas).
- CW/CWS: Clubwinner/Clubwinster clubmatches).
- WRLK: Wereldkampioen.
Show klassen:
- Babyklas/Puppyklas: Voor de jongste honden (van 6 tot 9 maanden).
- Jeugdklas: van 9 tot 18 maanden.
- Tussenklas/Openklas: Voor honden vanaf 15 maanden, vaak met een ‘U’ kwalificatie.
- Kampioensklas: Voor honden met een kampioenstitel.
- Koppelklas: een speciale klasse waarin een reu en teef van hetzelfde ras samen, als koppel, worden gekeurd
- Veteranenklas: Vanaf 8 jaar.
- Fokkerklas: Vanaf 9 maanden en door exposant gefokt.
Andere belangrijke termen:
- FCI: Fédération Cynologique Internationale (internationale koepel).
- KM: Keurmeester.
- FCI Keurklas: Categorie waarin een hond wordt beoordeeld (bv. 1C, 2A, 3B).

